Make-or-buy-beslissing bij productieonderdelen: zelf produceren of inkopen?
De ‘make-or-buy’-beslissing behoort tot de centrale strategische vraagstukken op het gebied van inkoop en productie. Dit artikel laat zien hoe bedrijven systematisch beoordelen of productieonderdelen, zoals CNC-onderdelen, onderdelen op tekening of assemblages, economisch gezien beter zelf kunnen worden geproduceerd of extern kunnen worden ingekocht. Naast kostenaspecten wordt ook rekening gehouden met factoren als capaciteit, kwaliteit,…

Zelf produceren of inkopen? Deze vraag is bepalend voor de kosten, de capaciteit, de leveringszekerheid en de strategische productiediepte van een onderneming. Juist in de machinebouw wint de ‘make-or-buy’-beslissing weer aan belang: toenemende kostendruk, schommelende bezettingsgraad, een tekort aan geschoold personeel en beperkte machinecapaciteit dwingen veel bedrijven ertoe om de eigen productie van afzonderlijke onderdelen regelmatig ter discussie te stellen.
Waar vroeger vaak de gewoonte de doorslag gaf – „dat hebben we altijd zelf gedaan“ –, is tegenwoordig een gestructureerde make-or-buy-analyse nodig. Met name bij onderdelen op tekening, CNC-gefreesde onderdelen, CNC-gedraaide onderdelen, plaatwerkonderdelen, gelaste assemblages of gemonteerde assemblages rijst de vraag: is eigen productie werkelijk de economisch en strategisch beste oplossing? Of is uitbesteding aan gespecialiseerde productiepartners zinvoller?
Deze handleiding laat zien hoe inkoop- en productieverantwoordelijken op systematische wijze een ‘make-or-buy’-beslissing nemen: welke criteria van belang zijn, hoe een zinvol proces eruitziet, wanneer eigen productie zinvol blijft, wanneer inkoop bij derden de voorkeur verdient en hoe een strategische beoordeling wordt omgezet in een betrouwbare kostenberekening.
Wat houdt ‘make-or-buy’ in bij productieonderdelen?
‘Make-or-Buy’ verwijst naar de keuze tussen zelfproductie en inkoop bij derden.
‘Make’ houdt in dat een onderneming een onderdeel, een assemblage of een dienst zelf produceert. Hiervoor maakt zij gebruik van eigen machines, eigen personeel, eigen knowhow en interne processen.
‘Buy’ houdt in dat dezelfde dienst wordt ingekocht bij een externe leverancier of productiepartner. Het bedrijf koopt dus niet alleen materiaal in, maar ook een kant-en-klaar onderdeel, een onderdeel volgens tekening, een assemblage of een complete productiedienst.
In de machinebouw heeft de ‘make-or-buy’-afweging vooral betrekking op productieonderdelen en halffabricaten: CNC-gefreesde onderdelen, CNC-gedraaide onderdelen, plaatwerkonderdelen, gelaste assemblages, oppervlaktebehandelingen, prototypes, kleine series, herhalingsonderdelen of serieonderdelen.
Het geheel van deze beslissingen bepaalt de integratiegraad van de productie, oftewel de mate van toegevoegde waarde, van een onderneming. Een hoge integratiegraad van de productie betekent meer controle en meer interne knowhow, maar ook hogere vaste kosten, meer vastgelegd kapitaal en meer verantwoordelijkheid voor personeel, machines en kwaliteitsborging.
Een lagere integratiegraad zorgt voor flexibiliteit, ontlast de eigen productie en kan investeringen voorkomen. Tegelijkertijd vergroot dit de afhankelijkheid van leveranciers en vereist het een professioneel leveranciersbeheer.
De ‘make-or-buy’-beslissing is daarom geen louter kostenkwestie. Het is een strategische beslissing over de optimale verdeling van de toegevoegde waarde tussen eigen productie en de externe inkoopmarkt.
Waarom de ‘make-or-buy’-afweging in de machinebouw weer aan belang wint
In de machinebouw staan veel bedrijven tegelijkertijd onder druk op het gebied van kosten, capaciteit en marges. Materiaalprijzen, energiekosten, lonen, investeringen in machines en financieringskosten beïnvloeden de rendabiliteit van de eigen productie. Tegelijkertijd bemoeilijkt het tekort aan geschoold personeel het invullen van gekwalificeerde functies in de productie, de werkvoorbereiding en de kwaliteitsborging.
Daarnaast geldt het volgende: de bezettingsgraad van veel productielijnen schommelt sterker dan vroeger. Pieken in de orderportefeuille worden afgewisseld met rustigere periodes. Bedrijven moeten dus beslissen of zij machines en personeel in reserve houden voor piekbelastingen, of dat zij een deel van deze capaciteit flexibel laten invullen door externe productiepartners.
Juist bij productieonderdelen is deze vraag bijzonder relevant. Een bedrijf kan een CNC-gefreesd onderdeel technisch gezien wellicht zelf vervaardigen. Toch kan uitbesteding zinvoller zijn als de eigen machine daardoor vrij blijft voor strategisch belangrijkere onderdelen, als de interne omsteltijden te lang zijn of als externe specialisten het onderdeel op een rendabelere manier kunnen vervaardigen.
Make-or-Buy is daarmee niet langer een eenmalige principiële beslissing, maar een terugkerende managementtaak. Wat vandaag een zinvol onderdeel is om zelf te produceren, kan over twee jaar een onderdeel zijn dat beter kan worden ingekocht. En omgekeerd kan een cruciaal ingekocht onderdeel, bij toenemende leveringsrisico’s, weer in eigen beheer worden genomen.
Make of Buy in één oogopslag
| Merk: Eigen productie | Kopen: inkoop bij derden |
|---|---|
| Grote controle over het proces en de kwaliteit | Grote flexibiliteit wat betreft capaciteit en processen |
| De knowhow blijft binnen het bedrijf | Gebruikmaken van de specialistische kennis van externe productiepartners |
| Aan te raden bij kernonderdelen en IP-relevante componenten | Aan te raden bij niet-kernonderdelen en bij een wisselende bezettingsgraad |
| Hoge investeringsbehoefte voor machines, personeel en gereedschap | Lagere investeringsbehoefte |
| Hoge vaste kosten | Een meer variabele kostenstructuur |
| Directe aansturing van de productie | Afhankelijkheid van leveranciers |
| Geschikt voor stabiele, grote aantallen | Geschikt voor prototypes, kleine series, knelpunten en speciale processen |
| Risico op leegstandskosten bij een lage bezettingsgraad | Risico van afhankelijkheid van leveranciers en kwaliteitsafwijkingen |
Uit deze vergelijking blijkt dat noch ‘make’ noch ‘buy’ in principe beter is. Het is van doorslaggevend belang welk model het beste aansluit bij het specifieke productieonderdeel, het aantal stuks, de bezettingsgraad en het strategische belang.
Offerte voor uw onderdelen
Make-or-buy-criteria: wat is er naast de stukprijs nog van belang?
De meest voorkomende fout in de praktijk: de ‘make-or-buy’-afweging wordt gereduceerd tot een loutere prijsvergelijking. De inkoopprijs per stuk wordt afgezet tegen de eigen productiekosten – en wie goedkoper is, wint. Deze berekening leidt regelmatig tot misvattingen, omdat zij noch de werkelijke totale kosten van eigen productie, noch de strategische gevolgen in aanmerking neemt.
Een gedegen make-or-buy-analyse is gebaseerd op verschillende criteria, die zowel kwantitatief als kwalitatief tegen elkaar worden afgewogen.
| Criterium | Waar het om gaat |
|---|---|
| Kosten en totale kosten | Niet alleen de materiaalkosten en de loonkosten tellen mee, maar ook het uurtarief van de machines, de insteltijd, de afschrijvingen, de overheadkosten, de controlekosten en de alternatieve kosten van de gebonden capaciteit. |
| Totale eigendomskosten | Aan de inkoopzijde moet naast de aanbiedingsprijs ook rekening worden gehouden met logistiek, kwaliteitsborging, leveranciersbeheer, nabewerking, reclamaties en voorraden. |
| Kerncompetentie en intellectueel eigendom | Maakt het onderdeel deel uit van het technologische hart van het product? Wanneer knowhow of intellectueel eigendom moet worden beschermd, zijn er veel argumenten die pleiten voor eigen productie. |
| Capaciteit en bezettingsgraad | Zijn er machines en personeel beschikbaar? Een onderbenutte productie leidt tot loze kosten; een overbelaste productie remt de kernactiviteiten af. |
| Kwaliteit en controleerbaarheid | Kan de vereiste kwaliteit intern op betrouwbare wijze worden bereikt? En kan een externe partner deze kwaliteit aantoonbaar leveren en documenteren? |
| Leveringscapaciteit en veerkracht | In hoeverre is dit onderdeel van cruciaal belang voor onze eigen leveringscapaciteit? Afhankelijkheid van één leverancier vormt een reëel risico. |
| Inkoopmarkt en beschikbaarheid van leveranciers | Zijn er voldoende gekwalificeerde leveranciers voor materiaal, processen, toleranties, oppervlakteafwerking en testvereisten? |
| Herhaalbaarheid en schaalbaarheid | Gaat het om een enkel stuk, een terugkerend onderdeel of een serieonderdeel? Afhankelijk van de behoefte verschillen de optimale leveranciersstrategie en de kostenberekening. |
| Kasstroom en investeringen | Bij eigen productie wordt kapitaal vastgezet in machines, gereedschappen en voorraden. Door in te kopen bij derden kunnen investeringen worden vermeden en kunnen vaste kosten flexibeler worden gemaakt. |
De prijs per stuk is belangrijk, maar vormt slechts een onderdeel van de beslissing. Juist bij productieonderdelen is vaak niet de laagste prijs doorslaggevend, maar de beste combinatie van kosten, capaciteit, kwaliteit, leveringszekerheid en strategisch risico.
Praktijktip: de volledige kosten realistisch in kaart brengen
Veel ‘make-or-buy’-beslissingen mislukken door te optimistische interne berekeningen. Controleer zorgvuldig of insteltijden, machine-stilstand, testkosten, afkeur, nabewerking, overheadkosten en alternatieve kosten volledig in aanmerking zijn genomen.
Make-or-buy-proces: in 7 stappen naar een besluit
Een ‘make-or-buy’-beslissing mag niet op basis van een onderbuikgevoel worden genomen. Met name bij productieonderdelen is een gestructureerd proces aan te raden, zodat inkoop, productie, kwaliteitsborging en het management op dezelfde basis een beslissing kunnen nemen.
1. Het onderdeel classificeren
Allereerst wordt het productieonderdeel ingedeeld. Gaat het om een strategisch kernonderdeel, een standaardonderdeel, een knelpuntonderdeel, een tekeningonderdeel, een herhalingsonderdeel of een samenstel?
Hoe dichter een onderdeel bij de eigen kerncompetentie ligt, des te kritischer moet uitbesteding worden beoordeeld. Hoe gestandaardiseerder en beter beschrijfbaar een onderdeel is, des te eerder komt inkoop bij derden in aanmerking.
Veelgestelde vragen:
- Is dit onderdeel vanuit technologisch oogpunt kritisch?
- Bevat het knowhow die bescherming verdient?
- Is dit van cruciaal belang voor de werking van het eindproduct?
- Zijn er vergelijkbare onderdelen op de inkoopmarkt?
- Kan het productieproces goed worden beschreven aan de hand van een tekening, een 3D-model en een specificatie?
2. De vereisten volledig verduidelijken
Een make-or-buy-analyse is slechts zo goed als de technische en commerciële vereisten. Voor productieonderdelen dient ten minste de volgende informatie beschikbaar te zijn:
- 2D-tekening
- 3D-model
- Materiaal
- Toleranties
- Eisen aan oppervlakken
- Aantal stuks
- Oproepstructuur
- Leveringsdatum
- Testvereisten
- Documentatieverplichtingen
- Verpakkingseisen
- mogelijke vervolgopdrachten of herhalingsbehoeften
Juist bij onderdelen op basis van tekeningen ontstaan er vaak verkeerde beslissingen doordat de eisen onvolledig of onduidelijk zijn beschreven.
3. Interne productiekosten berekenen
Op de ‘Make’-pagina worden de volledige interne kosten van eigen productie berekend. Daarbij dient niet alleen rekening te worden gehouden met de directe kosten.
Tot de productiekosten behoren onder andere:
- Materiaalkosten
- Machinetijd
- Voorbereidingstijd
- Programmering
- Gereedschapskosten
- Inrichtingen
- personeelskosten
- Controle-inspanning
- Commissie
- Nabewerking
- interne logistiek
- Overheadkosten
- Afschrijvingen
- Alternatieve kosten van bezette capaciteit
Juist de alternatieve kosten worden vaak onderschat. Wanneer een eenvoudig ingekocht onderdeel een machine die het knelpunt vormt blokkeert, ontstaan er indirecte kosten, omdat belangrijkere opdrachten pas later kunnen worden verwerkt.
4. De aankoopprijs en de aankoopkosten bepalen
Aan de inkoopzijde volstaat een ruwe richtprijs niet. Voor een degelijke make-or-buy-analyse dienen concrete offertes van gekwalificeerde productiepartners te worden aangevraagd.
Naast de prijs per stuk zijn ook de volgende factoren van belang:
- Levertijd
- Minimale hoeveelheid
- Opstartkosten
- Gereedschapskosten
- Verzendkosten
- Verpakking
- Kwaliteitscontrole
- Keuringsrapporten
- Kosten in verband met klachten
- Betalingsvoorwaarden
- Leveranciersbeheer
- Risicopremies
- Voorraadkosten
Een automatisch gegenereerde directe prijs kan nuttig zijn als eerste indicatie. Voor een degelijke make-or-buy-analyse is een realistisch berekende inkoopprijs op basis van de concrete componentvereisten echter geschikter.
5. Risico’s en afhankelijkheden beoordelen
De resultaten worden in een matrix samengevat. Zo wordt duidelijk of een onderdeel beter in eigen beheer kan blijven of dat het zinvol is om het in te kopen.
6. Het besluit vastleggen en regelmatig evalueren
De uiteindelijke beslissing dient op een begrijpelijke wijze te worden gedocumenteerd. Het is bovendien belangrijk om ‘make-or-buy’ niet als een definitieve keuze te beschouwen. Prijzen, capaciteiten, de leveranciersmarkt en strategische prioriteiten veranderen. Relevante productieonderdelen dienen daarom regelmatig opnieuw te worden geëvalueerd.
Offerte voor uw onderdelen
Make-or-buy-matrix: welke onderdelen horen waar thuis?
Een eenvoudige make-or-buy-matrix helpt bij het beoordelen van productieonderdelen op basis van hun strategisch belang en economische aantrekkelijkheid.
| Strategisch belang | Rendabiliteit van eigen productie | Typische aanbeveling |
| Hoog | Hoog | Make |
| Hoog | Laag | Per geval beoordelen |
| Laag | Hoog | Make of Buy op basis van capaciteit |
| Laag | Laag | Kopen |
Nog nuttiger is het om te kijken naar het strategisch belang en de beschikbaarheid bij leveranciers:
| Strategisch belang van het onderdeel | Beschikbaarheid bij leveranciers | Aanbeveling |
| Hoog | Laag | Voorkeur voor eigen productie |
| Hoog | Hoog | Make-or-Buy grondig onderzoeken |
| Laag | Laag | Het risico beoordelen en, indien nodig, alternatieven ontwikkelen |
| Laag | Hoog | Externe inkoop is doorgaans aantrekkelijk |
Voor productieonderdelen betekent dit: niet elk onderdeel dat intern kan worden vervaardigd, moet automatisch ook intern worden vervaardigd. Als een onderdeel niet van strategisch belang is, er externe leveranciers beschikbaar zijn en de interne capaciteit beperkt is, zijn er veel argumenten om het onderdeel in te kopen.
Offerte voor uw onderdelen
Wanneer is eigen productie de moeite waard?
Eigen productie blijft in veel gevallen de juiste keuze. Dit is met name zinvol wanneer controle, knowhow en strategische onafhankelijkheid belangrijker zijn dan kostenvoordelen op korte termijn.
- Wat betreft strategische kern- en differentiatieonderdelen: wanneer een onderdeel het product technologisch onderscheidt van de concurrentie of beschermingswaardige constructiekennis bevat, weegt de controle over het proces en het intellectuele eigendom vaak zwaarder dan een mogelijke kostenbesparing.
- Wanneer de gewenste kwaliteit op de markt niet op betrouwbare wijze kan worden verkregen: bij extreem nauwe toleranties, speciale materialen, bijzondere testvereisten of processen die slechts door een beperkt aantal leveranciers worden beheerst, kan eigen productie de veiligere keuze zijn.
- Bij een hoog, stabiel productieaantal en een bestaande bezettingsgraad: indien machines, personeel en processen beschikbaar zijn en de bezettingsgraad planbaar is, kunnen de stukkosten van eigen productie dalen naarmate de hoeveelheid toeneemt. Vanaf een kritische hoeveelheid kan de afweging in het voordeel van ‘Make’ uitvallen.
- Indien de toeleveringsketen te kwetsbaar zou zijn: wanneer inkoop bij derden zou leiden tot een kritieke afhankelijkheid van één enkele leverancier, kan eigen productie zinvol zijn om de leveringszekerheid te waarborgen.
Het grootste risico van uitbesteding is niet altijd de prijs, maar het sluipende verlies van knowhow en het ontstaan van strategische afhankelijkheid. Wanneer een leverancier de enige aanbieder wordt, verliest men de controle over de prijs – en bij uitval van deze leverancier komt in het ergste geval de eigen productie tot stilstand. Deze risico’s horen thuis in elke eerlijke ‘make-or-buy’-beoordeling.
Praktijktip: Eigen productie blijft in veel gevallen de juiste keuze. Dit is met name zinvol wanneer controle, knowhow en strategische onafhankelijkheid belangrijker zijn dan kostenvoordelen op korte termijn.
Wanneer is het de moeite waard om producten van derden in te kopen?
Aan de andere kant zijn er duidelijke signalen waarbij uitbesteding economisch en strategisch gezien de betere keuze is. Uitbesteding loont vooral wanneer een onderdeel niet tot de kerncompetentie behoort, er externe leveranciers beschikbaar zijn en de eigen productie door de opdracht onnodig zou worden belast.
- Wat betreft niet-kernonderdelen en standaardcomponenten: onderdelen die niet bijdragen aan technologische differentiatie, zijn vaak goede kandidaten om in te kopen. Hiertoe behoren veel onderdelen op basis van tekeningen, eenvoudige gefreesde onderdelen, gedraaide onderdelen, plaatwerkonderdelen of bevestigingselementen.
- Bij een wisselende of lage bezettingsgraad: wanneer machines uitsluitend worden aangehouden voor pieken in de orderportefeuille, ontstaan er in rustigere periodes leegloopkosten. Door uitbesteding kunnen vaste kosten worden omgezet in variabele kosten.
- Bij een tekort aan personeel: wanneer er een tekort is aan gekwalificeerd personeel, kan het inkopen van geprefabriceerde onderdelen een snelle manier zijn om de productiecapaciteit veilig te stellen, zonder dat er nieuw personeel hoeft te worden aangenomen.
- Bij knelpuntmachines: wanneer een machine intern regelmatig een knelpunt vormt, moeten onderdelen met een gering strategisch belang extern worden uitbesteed. Zo blijft er capaciteit vrij voor belangrijkere onderdelen.
- Wat betreft speciale bewerkingen: sommige bewerkingen zijn intern niet beschikbaar of worden slechts zelden gevraagd. Hieronder vallen onder meer bepaalde oppervlaktebehandelingen, plaatbewerkingsprocessen, lasprocedures of complexe 5-assige bewerkingen.
- Bij prototypes en kleine series: juist bij kleine aantallen is eigen productie niet altijd rendabel. Externe productiepartners kunnen prototypes en kleine series vaak flexibeler en sneller realiseren.
- Wanneer de cashflow van belang is: sommige processen zijn intern niet beschikbaar of worden slechts zelden gevraagd. Hieronder kunnen bepaalde oppervlaktebehandelingen, plaatbewerkingsprocessen, lasprocedures of complexe 5-assige bewerkingen vallen.
De voorwaarde om ervoor te zorgen dat deze voordelen ook daadwerkelijk worden gerealiseerd: een betrouwbare partner en een solide inkoopprijs. Beide zijn geen vanzelfsprekendheid. Juist hier wordt bepaald of een ‘make-or-buy’-afweging de vruchten afwerpt of juist misleidend is.
Praktijktip: offertes op de juiste manier vergelijken
Let bij het vergelijken van offertes van leveranciers niet alleen op de prijs per stuk. Controleer ook de levertijd, minimumhoeveelheden, kwaliteitsborging, verpakking, betalingsvoorwaarden en eventuele bijkomende kosten. Een ogenschijnlijk voordelige offerte kan door verborgen factoren al snel duurder uitvallen.
Offerte voor uw onderdelen
Voor- en nadelen van ‘make’ en ‘buy’
| Gebied | Make: Voordeel | Make: Nadeel | Kopen: Voordeel | Kopen: Nadeel |
| Kosten | Potentieel voordelig bij een hoge bezettingsgraad | Hoge vaste kosten en investeringen | Variabele kosten, geen investering in machines | De prijs per stuk kan hoger lijken |
| Kwaliteit | Directe controle | Interne controle-inspanningen | Leveranciers met specifieke expertise zijn mogelijk | Kwaliteitsrisico bij een verkeerde keuze van leverancier |
| Capaciteit | Directe besturing | Er kunnen knelpunten en leegstandskosten optreden | Flexibele capaciteit | Afhankelijkheid van leveringsdata |
| Knowhow | Kennis blijft binnen de organisatie | Kennis moet intern worden opgebouwd | Externe specialistische kennis benutten | Mogelijk verlies van knowhow |
| Kasstroom | Een investering kan op de lange termijn effect sorteren | Kapitaalvastlegging | Minder kapitaalvastzetting | Terugkerende aanschafkosten |
| Snelheid | Snel, mits er capaciteit beschikbaar is | Langzaam bij overbelasting | Snel de juiste leveranciers vinden | Risico’s bij afstemming en transport |
Deze tabel is bijzonder geschikt voor de eerste besprekingen tussen de inkoopafdeling, de productieafdeling en de directie. Hieruit blijkt dat de ‘make-or-buy’-afweging geen louter commerciële beslissing is, maar dat er sprake is van meerdere tegenstrijdige doelstellingen.
Praktijkvoorbeeld: een CNC-gefreesd onderdeel zelf vervaardigen of inkopen?
Een machinebouwer heeft regelmatig een CNC-gefreesd onderdeel van aluminium nodig. Het onderdeel wordt in een assemblage gebruikt, maar is geen strategisch kernonderdeel. Interne productie is technisch mogelijk, maar houdt een machine bezet die vaak nodig is voor klantprojecten op korte termijn.
In een eenvoudige berekening van de stukprijs lijkt eigen productie op het eerste gezicht aantrekkelijk: het materiaal is beschikbaar, de machines zijn aanwezig en de productieafdeling is bekend met het onderdeel. In een volledige make-or-buy-analyse komen echter nog andere factoren aan het licht: insteltijd, programmeerkosten, testkosten, machinebezetting, interne nabewerking, overheadkosten en opportuniteitskosten van de geblokkeerde capaciteit.
Aan de inkoopzijde worden offertes van gekwalificeerde productiepartners aangevraagd. Daarbij worden niet alleen de prijs en de levertijd beoordeeld, maar ook de reproduceerbaarheid, kwaliteitsborging, testrapporten, verpakking, communicatie en het leveranciersrisico.
De conclusie kan zijn: hoewel het onderdeel intern kan worden vervaardigd, is inkoop bij een externe leverancier economisch gezien zinvoller. De reden hiervoor is niet alleen de inkoopprijs. Doorslaggevend is dat de interne machine schaars is, het onderdeel niet van strategisch belang is en er gekwalificeerde leveranciers op de markt beschikbaar zijn.
Dit voorbeeld illustreert een cruciaal punt: de vraag is niet alleen of een bedrijf een onderdeel zelf kan produceren. De belangrijkere vraag is of eigen productie hiervoor de beste besteding van schaarse middelen is.
Make-or-buy-analyse: zo wordt een strategie omgezet in een cijfer
Aan het einde van elke make-or-buy-analyse staat een berekening. Deze berekening is alleen betrouwbaar als beide kanten volledig in aanmerking worden genomen.
Wat de eigen productie betreft, worden de totale kosten daarvan in de praktijk vaak onderschat. Inrichtingstijden, afschrijvingen, overheadkosten, controlekosten en alternatieve kosten van gebonden capaciteit worden niet altijd rechtstreeks aan het afzonderlijke onderdeel toegerekend, maar beïnvloeden wel de daadwerkelijke rendabiliteit.
Aan de inkoopzijde staat of valt de analyse met de betrouwbaarheid van de aangeboden prijs. Wie als inkoopprijs slechts een ruwe richtwaarde of een forfaitair direct bod hanteert, gaat mogelijk uit van een bedrag dat geen getrouw beeld geeft van de realistische marktsituatie voor het betreffende onderdeel.
Een betrouwbare make-or-buy-berekening vereist daarom realistische interne volledige kosten en marktconforme inkoopprijzen. Met name bij CNC-onderdelen, plaatwerkonderdelen en assemblages is het zinvol om concrete offertes van gekwalificeerde productiepartners aan te vragen, in plaats van alleen op basis van ruwe aannames te rekenen.
Offerte voor uw onderdelen
Typische fouten bij ‘make-or-buy’-beslissingen
Veel ‘make-or-buy’-beslissingen lijken op het eerste gezicht logisch, maar leiden later tot problemen. De volgende fouten komen bijzonder vaak voor:
- Er wordt uitsluitend de prijs per stuk vergeleken.
- De interne kosten worden te laag geraamd.
- De voorbereidingstijd, de testkosten en de overheadkosten worden niet volledig in aanmerking genomen.
- De alternatieve kosten van knelpuntmachines worden buiten beschouwing gelaten.
- Leveranciersrisico’s worden onderschat.
- Make-or-Buy wordt beschouwd als een eenmalige beslissing.
- Inkoop en productie beoordelen de beslissing afzonderlijk in plaats van gezamenlijk.
Het belangrijkste punt: de keuze tussen zelf produceren of inkopen mag niet op politieke gronden worden genomen. Voor een goede beslissing is een gezamenlijke feitelijke basis nodig, afkomstig van de inkoopafdeling, de productie, de kwaliteitsborging en de directie.
Welke rol speelt de inkoopafdeling?
Make-or-Buy is niet alleen een productiebeslissing. De inkoopafdeling speelt een centrale rol, omdat zij verantwoordelijk is voor de ‘buy’-kant van de afweging.
De inkoopafdeling identificeert geschikte leveranciers, vraagt offertes aan, beoordeelt de geschiktheid van leveranciers, controleert de inkoopkosten, volgt prijsontwikkelingen en zoekt naar alternatieven. Vooral bij productieonderdelen is deze rol van groot belang, omdat de inkoopmarkt zeer heterogeen is. Niet elke leverancier is geschikt voor elk onderdeel. Materiaal, processen, toleranties, oppervlakteafwerking, stukaantallen en testvereisten moeten aansluiten bij de productiecompetentie van de leverancier.
Hierdoor evolueert de inkoopafdeling van een louter orderverwerker naar een strategische partner. Zij biedt het marktperspectief, zonder welke een ‘make-or-buy’-beslissing onvolledig blijft.
Offerte voor uw onderdelen
Conclusie: Make-or-Buy als sturingsinstrument voor de productiediepte
De ‘make-or-buy’-beslissing is een cruciale factor voor kosten, capaciteit en strategische productiediepte. Wie deze beslissing reduceert tot een eenvoudige vergelijking van de stukprijs, neemt vaak verkeerde beslissingen. Soms blijft een onderdeel intern, hoewel externe partners het goedkoper en flexibeler zouden kunnen produceren. Soms wordt een onderdeel uitbesteed, hoewel het strategisch gezien beter in de eigen productie zou kunnen worden vervaardigd.
De beste werkwijze is een gestructureerde make-or-buy-analyse: het onderdeel classificeren, de eisen verduidelijken, de productiekosten volledig in kaart brengen, de inkoopprijzen op realistische wijze vaststellen, de risico’s beoordelen en de beslissing regelmatig herzien.
Vooral bij productieonderdelen zoals CNC-gefreesde onderdelen, gedraaide onderdelen, plaatwerkonderdelen, gelaste assemblages en gemonteerde assemblages is deze analyse bijzonder de moeite waard. Hier is namelijk niet alleen de prijs doorslaggevend, maar ook de juiste productiecompetentie.
Wilt u nagaan of het de moeite loont om bepaalde productieonderdelen extern in te kopen? CNC24 ondersteunt u met betrouwbare offertes van gekwalificeerde productiepartners voor CNC-onderdelen, plaatwerkonderdelen en assemblages. Zo krijgt u een realistisch beeld van de inkoopopties voor uw ‘make-or-buy’-analyse.
Productieonderdelen laten berekenen
Veelgestelde vragen over de ‘make-or-buy’-beslissing bij CNC24
Wat is een ‘make-or-buy’-beslissing?
De ‘make-or-buy’-beslissing houdt in dat wordt afgewogen of een onderneming een onderdeel of een dienst zelf produceert of bij een externe leverancier inkoopt. Deze beslissing bepaalt de productiediepte of de mate van toegevoegde waarde en is van invloed op de kosten, de kwaliteit, de flexibiliteit en de leveringscapaciteit.
Wat houdt ‘make-or-buy’ in bij productieonderdelen?
Bij productieonderdelen verwijst ‘Make-or-Buy’ naar de beslissing of onderdelen op basis van tekeningen, CNC-onderdelen, plaatwerkonderdelen, draaiwerk, freeswerk of assemblages intern worden geproduceerd of extern worden ingekocht. De beslissing hangt af van kosten, capaciteit, kwaliteit, strategisch belang en de beschikbaarheid van leveranciers.
Hoe verloopt een make-or-buy-proces?
Een typisch ‘make-or-buy’-proces begint met de classificatie van het onderdeel, gevolgd door het vaststellen van de eisen, het berekenen van de interne volledige kosten, het inwinnen van betrouwbare offertes van leveranciers, het beoordelen van risico’s op het gebied van kwaliteit, levering en intellectueel eigendom, en de definitieve beslissing door de inkoopafdeling, de vakafdeling en de directie.
Welke criteria zijn doorslaggevend bij de ‘make-or-buy’-afweging?
Belangrijke criteria zijn de volledige kosten, de Total Cost of Ownership, kerncompetentie, bescherming van knowhow, capaciteit, bezettingsgraad, kwaliteit, leveringsvermogen, beschikbaarheid van leveranciers, aantal stuks, herhalingsbehoefte, cashflow en strategische flexibiliteit.
Hoe berekent men een ‘make-or-buy’-beslissing?
Men vergelijkt de totale kosten van eigen productie – materiaal, personeel, machinetarief, insteltijd, afschrijvingen, overheadkosten, controlekosten en alternatieve kosten – met de volledige inkoopkosten, inclusief logistiek, kwaliteitsborging en leveranciersbeheer. Daarnaast wordt vaak de kritische hoeveelheid berekend vanaf welke eigen productie rendabel is.
Welke productieonderdelen lenen zich bij uitstek voor inkoop bij derden?
Voor uitbesteding komen vaak niet-kernonderdelen, standaardcomponenten, onderdelen op basis van tekeningen met duidelijk omschreven eisen, CNC-gefreesde onderdelen, gedraaide onderdelen, plaatwerkonderdelen of assemblages in aanmerking, waarbij externe productiepartners vrije capaciteit, schaalvoordelen of gespecialiseerde processen bieden.
Is het de moeite waard om zelf te produceren of in te kopen?
Dat hangt af van het specifieke onderdeel. Strategische kernonderdelen, onderdelen die gevoelige knowhow bevatten en onderdelen met een hoog en stabiel productievolume pleiten eerder voor eigen productie. Niet-kernonderdelen, onderdelen op basis van tekeningen, kleine series, onderdelen die een knelpunt vormen en onderdelen bij een wisselende bezettingsgraad pleiten vaak voor inkoop bij derden.
Wanneer is het de moeite waard om producten van derden in te kopen?
Uitbesteding loont vaak bij onderdelen die niet tot de kernactiviteiten behoren, bij schommelingen in de bezettingsgraad, bij personeelstekorten, bij machines die een knelpunt vormen, bij speciale processen of wanneer investeringen moeten worden vermeden en vaste kosten flexibeler moeten worden gemaakt.
Wie neemt binnen het bedrijf de ‘make-or-buy’-beslissing?
Fundamentele beslissingen over de mate van eigen productie en investeringen worden doorgaans genomen door de directie. De vakafdeling beoordeelt de technische haalbaarheid en de capaciteiten. De inkoopafdeling brengt marktprijzen, leveranciersopties en inkoopkosten in kaart en levert daarmee de inkoopkant van de beslissing.
Wat is het verschil tussen ‘make-or-buy’ en outsourcing?
‘Make-or-Buy’ verwijst naar de keuze tussen zelfproductie en inkoop bij derden. Outsourcing is een mogelijk gevolg van deze keuze, wanneer diensten die tot nu toe intern werden geleverd, op permanente basis worden uitbesteed aan externe partners.
Heeft u nog vragen?
Offerte voor uw onderdelen